Materialen
Bij kunststof gaat het niet om één materiaal, maar om verschillende soorten met elk zijn specifieke eigenschappen. Zo zijn er kunststofmaterialen die heel sterk zijn, elastisch of die heel goed bestand zijn tegen hitte. Andere zijn juist zacht, schuimachtig, doorzichtig of geschikt om vezels van te maken. Al die verschillende eigenschappen zorgen ervoor dat de meest uiteenlopende producten tegenwoordig uit kunststof en rubber zijn gemaakt, van boterhamzakje tot zeilschip, van autoband tot 'ademende' regenkleding. Er wordt inmiddels zoveel kunststof en rubber gebruikt dat er wel wordt gesproken van het polymerentijdperk.
In Nederland worden kunststoffen voor het grootste gedeelte geproduceerd uit aardolie. Hiertoe worden kleine moleculen (monomeren), ontstaan door kraken van ruwe aardolie, gepolymeriseerd tot polymere kunststoffen.
Naast koolstof en waterstof kunnen zuurstof, stikstof, zwavel, chloor, fluor en een groot aantal andere elementen in kunststoffen aanwezig zijn, ook afhankelijk van de gebruikte toevoegingen. Om het verwerkingsproces goed te laten verlopen worden hulpstoffen en om de gewenste producteigenschappen te verkrijgen worden additieven toegevoegd.
Kunststoffen worden veelal als korrel- (granulaat) of poedervormige grondstof aangeleverd en kunnen bestaan uit polymeren van één soort en uit mengsels van verschillende polymeren (co-polymeren). Thermohardende kunststoffen worden meestal als vloeistof aangeleverd. Grondstoffen worden opgeslagen in silo’s (bulk) of zakken, hulpstoffen en additieven in meestal in zakken, vaten of opslagtanks.
Op grond van fysische eigenschappen zijn de te verwerken kunststoffen in te delen in thermoplasten en thermoharders.
Thermoplasten zijn kunststoffen die gekenmerkt worden door de fysische eigenschap dat ze bij verwarming boven een bepaalde temperatuur op reversibele wijze verwekings- en smeltverschijnselen vertonen. De meest gebruikte thermoplasten zijn polypropeen (PP), polyvinylchloride (PVC), polyetheen (LDPE en HDPE), polystyreen (PS), acrylonitril-butadieen-styreen (ABS) en polycarbonaat (PC). Het grootste deel van de verwerkte kunststoffen (90%) zijn thermoplasten.
Thermoharders zijn meestal stroperige vloeistoffen, die tijdens of vlak na de verwerking door een niet omkeerbare chemische reactie uitharden tot een stijve macromoleculaire structuur. Deze structuur is definitief en kan door verwarmen niet meer verweken. Bekende thermoharders zijn polyester- en epoxyharsen en polyurethaan (PUR).
Meer achtergrondinformatie treft u ook op de site van Plastics Europe