Cijfers & Trends van de Rubber- en Kunststofindustrie
De rubber- en kunststofindustrie (RKI) is bij uitstek een industrietak van het midden- en kleinbedrijf: bijna 9 van de 10 bedrijven heeft minder dan 50 werknemers in dienst. De totale omzet van de RKI bedraagt ruim €6 miljard.
De rubber- en kunststofbedrijven in Nederland begeven zich met hun activiteiten in diverse branches. Ongeveer 33% is actief op het gebied van toelevering. Dat betreft niet alleen de vervaardiging van technische onderdelen, maar ook andere componenten die hun afzet vinden bij industriële bedrijven. Daarnaast richt ca. 20% zich op de verpakkingsbranche, 20% op de bouw en nog eens 20% fabriceert consumenten-producten. De resterende 7% is actief in andere sectoren.
Het gemiddelde personeelsbestand maakte een groei door van 25 in 1998 tot 32 in 2002. Opvallend is de ontwikkeling van werkgelegenheid in deze sector. Kunststofverwerking toont een gestage groei sinds 1996. In vijf jaar kwamen er ca. 4000 banen bij.
De maakindustrie daalt als gevolg van concurrentiedruk van de lage lonen landen in het Verre Oosten. Die trend zien we ook in de RKI. Productie verdwijnt vooral naar Oost Europa. Deze verplaatsingen naar lage lonen landen illustreren het belang van herstel van de rendementen. Dat kan door loonmatiging en investeren personeel. Maar ook in marketing, machines en systemen.
SBI/BIK codes
Het bevoegd gezag maakt veel gebruik van SBI-codes als ingang voor de bedrijfsgegevens. Hoewel de SBI ‘93-code (of de BIK ‘95-code van de Kamers van Koophandel) niet altijd de activiteiten van de leden van een branchevereniging volledig dekt, is deze toch aangegeven.
De relevante SBI-code’s voor de kunststofverwerkende industrie zijn:
2521 vervaardiging van platen, folie, buizen en profielen van kunststof;
2522 vervaardiging van verpakkingsmiddelen van kunststof;
2523 vervaardiging van kunststofproducten voor de bouw;
2524 vervaardiging van overige producten van kunststof.